Business Consulting

  • It’s all about trust

    Een greep uit de IT-actualiteit: WikiLeaks geeft nog steeds diplomatieke pijn, Facebook voert privacy-rechtszaken, KPN tapt mobiel internet af, Apple slaat locatie van mobiele telefoons op en softwarepiraterij neemt niet af. Positief nieuws: Microsoft lanceert Office 365 (online kantoorsoftware inclusief intranet en documentmanagement) en wil Nokia’s telefoondivisie overnemen, terwijl Google een gratis streaming muziekdienst aankondigt.

    Achter deze nieuwsberichten gaan grote IT-thema’s schuil: cloud computing, mobiele telefoontoepassingen en sociale media. Daarbij gaat het allemaal om vertrouwen.

    Wat betekent het voor ons om ‘in the cloud’ te gaan werken?
    Afgezien van de voordelen van de cloud (snelle schaalbaarheid, ruimte- en stafbesparing, dus kostenreductie, toegankelijk vanaf iedere gewenste locatie en apparaat), wil men graag meer weten over de addertjes onder het gras. ”Is de privacy van klanten en medewerkers gegarandeerd, wordt bedrijfsspionage eenvoudiger, zal de Amerikaanse regering onze gegevens kunnen opeisen? Als wij onze systemen en informatie niet meer in eigen huis hebben, dan kunnen wij ze ook niet beschermen.” Het zijn terechte vragen die zeker antwoord moeten krijgen, maar waarom stellen wij die niet over de huidige situatie?

    Systemen binnen de bedrijfsmuren zijn vaak ook met het internet verbonden. Hacking wordt meestal afgewend, dus waarom zou het cloud-systeem dat niet kunnen? Wij laten onze papieren archieven afvoeren voor vernietiging door vrachtwagens. Dat gebeurt buiten kantoor en is ook kwetsbaar voor nieuwsgierige ogen. Ook gestolen aktetassen en een kantoorbrand bedreigen de informatie en systemen in de huidige situatie. De sleutel van de kast met papieren HR-dossiers kan toch ook in verkeerde handen vallen? En ten slotte: gaan bedrijven als Microsoft hun goede naam te grabbel gooien door een cloud-omgeving te bieden die minder biedt dan wat hun klanten nu hebben? Daarmee zouden zij het risico lopen het fundament van al hun producten te ondermijnen.

    Genoeg doemdenken nu. De conclusie is: kijk goed naar de beveiligingskant van cloud computing, maar plaats het in perspectief van de huidige situatie. Vertrouwen mag een zaak van gevoel zijn, in een zakelijke omgeving zal de ratio een grote rol moeten spelen bij de keuze voor cloud computing.

    Macht van de medewerker
    Als wij dan toch nadenken over onze aanpak bij IT-verandering, waarom zoeken wij het dan niet dichter bij huis? Het is bekend dat de oorzaak van falende IT-projecten vaak ligt in een gebrek aan draagvlak of strategische afstemming. Als wij belang hechten aan een effectieve, beveiligde informatiehuishouding, zouden deze struikelblokken onze grootste aandacht moeten hebben.

    Aan medewerkers vragen wat zij nodig hebben in hun nieuwe IT-toepassing, is het startpunt van draagvlak. Opvallend genoeg gebeurt dit vaak niet, terwijl hun vertrouwen juist kan worden gewekt door goed te luisteren naar hun wensen en heldere antwoorden te geven op hun vragen. Het gebeurt maar al te vaak dat een IT-implementatieteam enkel de opdrachtgever spreekt en de eindgebruikers overslaat.

    Laten wij niet onderschatten hoe machtig deze medewerkers zijn. Als zij een systeem niet gebruiken, verdient de investering zich niet terug. Er zijn zelfs situaties bekend, waarin medewerkers Google Docs gingen gebruiken voor samenwerking aan kantoordocumenten, terwijl hun IT-afdeling dit niet eens ondersteunde. Tja, vertrouwen is de sleutel. Laten we dan beginnen bij de reeds bekende zwakke plek van IT: het vertrouwen van de eindgebruiker.

  • Het ambacht leeft

    Niets is zoals het was: normaliter conservatieve kabinetsinformateurs maken revolutie, tv gaat naar 3D en het was heel onzeker of die economische double dip ging komen, terwijl de geschiedenis ons hierop een garantie gaf. In de vorige editie van het Macaw Magazine is te lezen dat ook de ambachtelijke IT verandert en ruimte maakt voor industriële IT. Dit betekent herbruikbaarheid van kennis met Macaw’s Solution Factory. Dat is een goede ontwikkeling die hoge kwaliteit en snelheid bevordert in het ontwikkelen van oplossingen. Het werpt echter de vraag op: is het ambacht werkelijk verdwenen uit de IT? Afgelopen vakantie werd het mij weer heel helder.

    Niets is zoals het lijkt

    Wat een prachtig hotel! Vanuit de auto zie ik het architectonische hoogstandje glinsteren tussen de grauwe blokkendozen. Deze oase van vormgeving en minimalistische luxe moet ik van dichtbij bekijken. Eenmaal uitgestapt, zie ik hoeveel aandacht is besteed aan gevelmaterialen, beplanting en verlichting. En dan bots ik tegen de deur op. Het is een glazen deur met grepen aan weerszijden. Moet ik nu duwen of trekken? Dit is niet de laatste botsing deze week. Ik ga me bijna dom voelen.

    Form over function noemt men dit. In het streven om een mooie deur te maken, is het gebruiksgemak opgeofferd. Toch is een deur vooral bedoeld om open en dicht te gaan. Wat gaat hier mis? De deur geeft geen informatie over de juiste bediening. Hoe bekend en eenvoudig een gebruiksvoorwerp ook is, een gebruiksinstructie hebben we nodig; liefst zonder tekst en uitgedrukt in de vormgeving.

    Wat als ook de deur van een webwinkel doorzichtig, maar slecht bedienbaar zou zijn? Ik zie wat men verkoopt, maar de inlogfunctie en het winkelwagentje zijn minuscuul, of ik zie niet hoe ik kan zoeken naar bijvoorbeeld de Windows Phone. Via zoekmachines kom ik al snel bij een andere winkel en bestel het artikel daar. Geen gemak, dan geen handel. Jammer van die mooie website met technisch solide architectuur.

    Niemand is gelijk

    Ook áchter de deur is ontwerp een aandachtspunt. Zo is er decennia geleden een kernreactor gebouwd met een controlekamer voor twee operators. Twee gigantische panelen met schermen, meters en veel knoppen stonden naast elkaar; het ene was het spiegelbeeld van het andere. Toen een operator van paneel A een dag ziek was, werd hij vervangen door een operator die normaal paneel B bediende. Ik zie het al voor me: het alarm gaat af vanwege een dreigend lek en je moet de juiste schakelaars bedienen in de goede volgorde, maar het rode knopje zit links, terwijl het groene knopje daar hoort.

    Een intranet heeft ook veel schermen en functies. Verder maken verschillende afdelingen en teams vaak een eigen site binnen het portaal. Dezelfde functie wordt soms op verschillende schermposities gebruikt en de informatie wordt op uiteenlopende manieren beheerd. Tenslotte werken de collega’s samen in een keten van activiteiten, steeds vaker ondersteund door workflow. Hoezeer men diversiteit ook waardeert, toezicht op de werkbaarheid is geen luxe. Zoals de voorbeelden aantonen, gaat het hierbij niet alleen om bediening, maar ook om rolverdeling, informatiebeheer en werkprocessen. En dat is nou juist waar het ambacht tegenwoordig in schuilt. Geen twee organisaties zijn gelijk, zodat deze onderwerpen een organisatiespecifieke aanpak vragen.

    Bovenstaande thema’s klinken alledaags, maar staan ook wel bekend onder de termen ergonomisch ontwerp, governance en business proces management (BPM). Die woorden klinken nu een stuk minder intimiderend, niet? Het gaat weliswaar om onderwerpen met een brede impact, maar vraagt gewoon inzicht, ervaring en inspiratie. Het ambacht leeft voort, maar dan wel rondom IT.

  • Verandering gaat vanzelf

    Voor mij, als adviseur, is het niet altijd eenvoudig werk en privé gescheiden te houden. Dat komt niet alleen door een grote passie voor mijn werk, een gezonde ambitie of het soms tegen een deadline aan moeten werken. In een enkel geval heb ik gesprekken in huis waarbij ik het toch niet kan laten wat in mijn ‘adviseursrol’ te kruipen. Enige tijd terug had ik een gesprek met Aria, mijn 13-jarige stiefzoon. Hij is langzaam in de puberteit aan het komen en merkt zelf ook dat niet alles meer is, zoals het was. De manier waarop hij in sommige situaties reageert verbaast hem, terwijl hij het moeilijk vindt om hier adequaat iets aan te doen. Voor iedereen die zich zijn of haar pubertijd nog kan herinneren, of voor ouders met pubers, zal dit niet onbekend zijn.

    Veranderingen zijn makkelijk, daar hoef je namelijk helemaal niets voor te doen. Alleen al door het feit dat het nu vijf minuten later is dan net, geeft verandering aan. Het is niet meer hetzelfde, we zijn vijf minuten ouder, ik zit niet meer in dezelfde positie en op de radio klinkt inmiddels andere muziek. Verandering gaat vanzelf en die kun je niet stoppen.

    Ik kon zien dat het besef van dit concept hem wel beviel en hem tegelijkertijd ook opluchtte. Iets gebeurt en ik hoef er niets voor te doen. Het is opmerkelijk hoeveel druk soms kan ontstaan bij het besef te moeten of te willen veranderen. Dit geldt natuurlijk niet alleen voor pubers, ook de meest doorgewinterde manager zal beamen dat spanningen hier een rol kunnen spelen.

    Wat veranderingen moeilijk maakt, is het sturen van de juiste veranderingen. Oftewel, het bewust zijn van veranderingen en hier effectief en efficiënt op reageren. Veel mensen (hier vallen pubers ook gewoon onder) zijn geïntimideerd door verandering, vanwege een overdreven beeld van de impact die verandering heeft. Ik heb het volgende voorbeeld gebruikt om duidelijk te maken dat veranderen vaak minder ingrijpend is dan het lijkt.

    Stel, ik zit achter het stuur van mijn auto en ik rijd van A naar B. Op mijn gemak tuf ik door het landschap, raampje open, elleboog op het portier. Opeens belt Aria mij redelijk gespannen op en zegt: “Je gaat de verkeerde kant op! Doe iets”. Ik schrik, stop en denk even na over wat hij heeft gezegd. Ik draai mijn auto om en rijd terug. Het is een wat eenvoudig voorbeeld, maar het beschrijft een basisgevoel en een actie die men veronderstelt te moeten nemen.

    Bij veranderingen in de professionele werkomgeving gebeurt vaak hetzelfde. Alleen het idee dat er ‘iets’ moet veranderen veroorzaakt automatisch weerstand. Soms zelfs zonder verdere inhoudelijke kennis over de komende verandering. Verandering is namelijk eng.

    Stel, ik zit achter het stuur van mijn auto en ik rijd van A naar B. Op mijn gemak tuf ik door het landschap, raampje open, elleboog op het portier. Opeens belt Aria mij redelijk gespannen op en zegt: “Je gaat de verkeerde kant op! Doe iets”. Ik bedank hem voor de waarschuwing en draai mijn stuur licht naar rechts. Ontspannen tuf ik verder. Hoewel hier eigenlijk exact hetzelfde gebeurt, namelijk het veranderen van richting, kost het mij aanzienlijk minder moeite om deze verandering in te zetten.

    Het besef dat ook een kleine verandering al verandering is, zorgt zelfs voor nog meer rust en kost uiteindelijk veel minder moeite. En vele kleine veranderingen worden uiteindelijk ook een grote verandering.

    Verandering kost dus eigenlijk geen moeite, dat gaat vanzelf. Verandering hoeft niet altijd hetzelfde te zijn als precies de andere kant op.

    Dus verandering hoeft helemaal niet moeilijk of eng te zijn.

  • Voorsprong van techniek

    Eén van de grote Duitse automerken heeft als slogan de tekst: ‘Voorsprong door techniek’. Het behoeft geen uitleg dat men hier doelt op vooruitstrevende en innovatieve technische ontwikkelingen en toepassingen in personenauto’s waardoor een voorsprong wordt behaald. Ten opzichte van wie en wat, blijft nog even onduidelijk.

    De gedachte dat er voordeel zit in het inzetten van nieuwe technische of technologische instrumenten is niets nieuws en is in veel ITorganisaties en afdelingen een sterke drijfveer om te blijven ontwikkelen. Het is zelfs zo dat er in de afgelopen twintig tot dertig jaar meer ontdekkingen en ontwikkelingen hebben plaatsgevonden dan in alle voorgaande jaren bij elkaar.

    Kijken we in wat meer detail naar de bewegingen van de afgelopen jaren dan is er iets opmerkelijks aan de hand. Daar waar in het verleden zaken gewoonweg mogelijk werden gemaakt, wordt er nu steeds meer stilgestaan bij zaken op een logische manier mogelijk maken. Een beweging die door onder andere Microsoft sterk wordt ondersteund met concepten als Impact 2.0, het Nieuwe Werken en de nieuwe Office-gerelateerde producten. Het lijkt erop dat er steeds meer beperkingen worden weggenomen om technologie op een natuurlijk manier in te zetten.

    Investeren in technologie borgt continuïteit en levert instrumenten die ervoor zorgen dat informatiewerkers op een meer natuurlijke wijze hun werkzaamheden kunnen verrichten en hierdoor ook een hoger rendement generen. Dit is vooral interessant aangezien de medewerkers zelf vaak de grootste kostenpost zijn op de begroting. Het is toch prettig om hier ook het optimale uit te kunnen halen. Nog even los van het plezier dat medewerkers hebben van een werkomgeving die past bij hun eigen manier van werken en ze in staat stelt het werk en privé leven op een passende manier dichter bij elkaar te brengen.

    In de praktijk is voorsprong willen behalen door middel van techniek, een vlijmscherp zwaard en snijdt men maar al te vaak niet alleen in de kosten, maar ook in de eigen vingers. Informatiesystemen, waaronder de besturingssystemen zoals Windows, zijn lange tijd verre van gebruikersvriendelijk geweest. Dit beperkt zich niet tot de gebruikersinterface, maar speelt zich juist op een dieper niveau af.

    Een voorbeeld. Een grafische interface zoals Windows om met documenten om te gaan werkt natuurlijk beter dan bijvoorbeeld DOS. Het opslaan van documenten is op zich nog wel redelijk op een logische wijze te doen door de eindgebruiker. Maar het terugvinden van de informatie in het document door anderen is maar op één manier mogelijk, namelijk op basis van de folderstructuur. Mensen hebben echter van nature een heel andere manier van zoeken en gebruiken verschillende referentiepunten en criteria om te vinden wat ze zoeken. We hebben leren accepteren dat het voor informatiesystemen niet anders moet, sterker nog, niet anders kan. We noemen dit ook wel conditioneren: aanleren door herhaling.

    Het gevolg hiervan is dat het nu moeite kost om weer te leren werken op een meer natuurlijke wijze. Ook dit kost tijd en goede begeleiding. Doordat de ontwikkelingen elkaar razendsnel opvolgen, dreigt er een kloof te ontstaan tussen de instrumenten die we tot beschikking hebben en het vermogen om deze ook in te zetten. Voorop staat dat voorsprong door techniek behaald kan worden, met als kleine nuance dat het niet zozeer de technologie zelf is, maar het correct inzetten van de technologie die de voorsprong bepaalt. En het juist inzetten van de technologie is weer afhankelijk van de mate waarin de gebruikers vinden dat deze inzetbaar is.

    Om even samen te vatten: het is mooi om allerlei technologische middelen te hebben, maar als ze niet of niet goed gebruikt worden heb je er niet zo veel aan.

    Het is dus de kunst om als organisatie de balans te vinden en de juiste spanning aan te brengen tussen de groeiende technologische mogelijkheden en de inzetbaarheid hiervan in de eigen organisatie. Fora op een intranet zijn geweldige instrumenten om openlijk discussies te voeren en om kennis te delen. Als de medewerkers echter niet bereid zijn kennis te delen, zal het succes van een forum slechts marginaal zijn. Instant messaging kan een dagelijkse informatiestroom enorm versnellen, maar als de gedachte heerst dat medewerkers na de introductie de hele dag alleen maar chatten is, het nog maar de vraag of instant messaging ooit geïmplementeerd zal worden.

    Ook zijn de onderling verschillende behoeften van medewerkers een extra complicerende factor. Want waar houden we aansluiting met de technisch minder ervaren medewerkers en zorgen we voor voldoende instrumenten voor de meer vooruitstrevende medewerkers? Ook de manier waarop wordt omgegaan met de scheiding tussen werk en privé speelt hierin een belangrijke rol. Medewerkers die thuiswerken hebben andere behoeften dan medewerkers die fysiek in het kantoor aanwezig zijn. Het signaleren van de verschillende soorten gebruikers helpt vaak bij het correct inzetten van ondersteunende technologie.

    Zoals al eerder is geconstateerd, spelen vele factoren een rol en zullen ook vele partijen moeten worden betrokken bij het bespreken van deze problematiek. Als een deel van de medewerkers het werk ziet als ‘tijd van de dag dat je met oude technologie werkt’, omdat thuis makkelijker, beter en vooral sneller gewerkt kan worden met informatie, en een ander deel werken meer ervaart in de traditionele zin, kan er wel eens een onwenselijke situatie ontstaan. De wisselwerking die ervoor zorgt dat de behoefte van de organisatie wordt ingevuld met de juiste instrumenten en die het mogelijk maakt om behoeften te creëren door het introduceren van nieuwe technieken, zal duidelijk een actieve dialoog moeten zijn in de gehele organisatie.

    Traditioneel zijn er legio IT-afdelingen die te kampen hebben met vooroordelen en een verkeerd beeld van hun rol binnen de eigen organisatie. De tegenbeweging is het overdadig nemen van verantwoordelijkheden om vooral niet helemaal in de vergetelheid te raken. En ook hier kan te ver in worden doorgeschoten en neemt de slagkracht van de organisatie uiteindelijk af doordat beslissingen en verantwoordelijkheden niet juist belegd zijn. Aan de andere kant zal de organisatie zich ervan bewust moeten worden dat IT niet meer alleen een kostenpost is die zaken levert (delivery), maar ook veel meer de plaats van technologieadviseur zal moeten innemen. Een strategische partner binnen de organisatie om organisatorische vraagstukken mede te helpen oplossen. Natuurlijk wel door het inzetten van IT, omdat dat immers het vakgebied is. En om goed te worden ingezet, vragen moderne middelen om moderne organisaties.

    De dialoog tussen de business en IT, die in sommige organisatie bijna niet-bestaat, zal vanuit het hoger management moeten worden gestimuleerd. Dat zal mandaat moeten geven voor de rol, de positie en de verantwoordelijkheden van de gesprekspartners en hier ook op toezien. De IT-afdeling zal op de hoogte zijn van de technologische mogelijkheden om eventuele behoeften in te vullen. En de business? Die is op zoek naar mogelijke technologische instrumenten om in de actuele en mogelijk toekomstige behoeften te voorzien. Vanuit elkaars expertise is het niet anders mogelijk dan de dialoog aan te gaan. De IT-organisatie zal moeten uitgroeien tot een strategisch adviseur en uitvoerder op het gebied van de informatievoorziening. We zijn het hier in theorie al jaren over eens, het is tijd om het ook in de praktijk te gaan brengen.

    Een andere belangrijke voorwaarde voor het adequaat aansluiten van mens en middelen is het nemen van verantwoordelijkheden. En dan met name door die afdelingen die de verantwoordelijkheid ook moeten dragen. In de praktijk blijkt dat veel medewerkers of afdelingen bepaalde activiteiten ‘erbij’ doen. Soms is dat gewoon makkelijker en soms is het goed voor de zichtbaarheid van de eigen afdeling. Welke argumenten er ook mogen zijn, diegene die op papier verantwoordelijk is, moet die verantwoordelijkheid in de praktijk ook nemen. Kan dit niet? Dan zal het papier moeten worden herschreven. Toegegeven, het klinkt heel statisch en bureaucratisch, maar anders zorgt dit in de praktijk voor veel onderlinge spanningen en verwijten als het niet goed gaat. Een bijkomend risico is dat behoeften niet of nauwelijks worden gesignaleerd. Activiteiten worden uitgevoerd door de partij die er het handigst in is, niet de partij die het zou moeten doen.

    Tot slot zal een gedegen vertegenwoordiging van de arbeidsbevolking zich als derde partij in deze discussie bevinden. Het gaat hier specifiek om de eindgebruikersvertegenwoordiging. De balancerende factor: alle partijen hebben evenveel invloed en evenveel zeggenschap, maar wel vanuit hun eigen expertisegebied.

    Bij een continu gevoerde discussie blijven alle partijen betrokken en kan er worden ingespeeld op wisselende omgevingsfactoren. Er zijn ijk- en herijkmomenten om te voorkomen dat eindgebruikers afhaken of minder goed worden bediend. Het inzetten van technologie is niet bedoeld om het werkproces van 25% van de organisatie te frustreren, maar liever om 25% van de organisatie efficiënter te laten werken.

    Het gevaar van kloofvorming tussen de gebruikers en de middelen door technologische innovatie is een reëel risico waar dagelijks veel organisaties mee te maken krijgen. Het volledig dichten van de kloof is ondenkbaar enonwenselijk, enige spanning zal de organisatie nodig hebben om te ontwikkelen langs beide zijden. Het luisteren naar de eindgebruikers is hierbij van minstens even groot belang als het luisteren naar de voortdurende ontwikkelingen op technologisch vlak.

    In de praktijk blijkt dat het succesvol laten zijn van technologische groei en het behalen van technologische voorsprong vooral afhankelijk is van de inzetbaarheid hiervan door de gebruikers.

    Voorsprong door techniek: alleen mogelijk gemaakt door de mens.

  • Wat ben je nou aan het doen?

    Opinierend stuk over hoe een open keuken de bank kan redden.

    Enkele maanden geleden was het in het West-Friese Wognum even stil. Het bleek het geluid van een instortend imperium, namelijk dat van Dirk Scheringa. Na een oproep van Pieter Lakeman in het KRO-programma ‘Goedemorgen Nederland’, gaat het (ver)snel(d) de verkeerde kant op.

    Kan zo’n oproep een bank vellen? Onwaarschijnlijk, maar wat het wel kan doen, is het gevoel van wantrouwen versterken. Een ondoorzichtige organisatie waarover doorlopend negatieve berichten naar buiten komen en zelfs de eigen klanten zich verenigen in stichtingen als ‘Hypotheekleed’, is zeer gevoelig voor dit soort gebeurtenissen. Ter vergelijking zal eenzelfde uitlating over bijvoorbeeld de Rabobank veel minder effect hebben. De vertrouwenspositie van de Rabobank is vele malen sterker en op straat spreekt men dan al gauw over ‘Een kwalitatief betere bank’.

    Maar wat verstaan we onder kwaliteit? De meeste mensen hebben wel een onderbuikgevoel over wat ze bedoelen, maar het begrip ‘kwaliteit’ laat zich maar moeilijk uitleggen. Laat staan dat het makkelijk meetbaar is. Kwantiteit is wat dat betreft wel een stuk makkelijker, 10 is uiteindelijk toch vaak gewoon 10. Over het algemeen kunnen we stellen dat ‘kwaliteit’ gelijk is aan de mate waarin de realiteit voldoet aan de verwachting van die realiteit.

    Als voorbeeld nemen we een wasmachine. Daarvan kunnen we in het algemeen verwachten dat deze minimaal vijf jaar mee gaat. Is hij na drie jaar kapot, dan is het slechte kwaliteit. Tenzij de wasmachine nieuw niet meer dan honderd euro heeft gekost. Dan valt het op zich nog wel mee met de kwaliteit. Bij een wasmachine van honderd euro is de verwachting over levensduur aanzienlijk lager.

    Voor organisaties die diensten leveren geldt eigenlijk hetzelfde als voor producerende organisaties. Ook bij het leveren van diensten wordt uitgegaan van een bepaalde verwachting waaraan voldaan moet worden om als kwalitatief goed te worden ervaren.

    Hoe vaker een organisatie is staat is om te voldoen aan de verwachtingen van de producten of de dienstverlening, hoe groter het vertrouwen zal zijn in deze organisatie en hoe stabieler de positie in de markt. We vinden het namelijk prettig om ons te omgeven met mensen (en organisaties) die we vertrouwen. Zakendoen is emotie.

    Om de vertrouwenspositie van de organisatie te vergroten, zijn er een aantal initiatieven die organisaties op dit moment al (pro-)actief in de informatievoorziening kunnen doen.

    Als eerste is dat het zo goed mogelijk op elkaar afstemmen van de verschillende werkprocessen. Niet alleen de primaire processen, maar ook de ondersteunende processen zoals bijvoorbeeld de service afdeling. Het is voor afnemers van diensten belangrijk om vertrouwen te hebben dat via elk kanaal (e-mail, telefoon, brief of balie) dezelfde informatie wordt verstrekt. Een klantenservice die via de telefoon 5 werkdagen verwerkingstijd afgeeft en via de mail een verwerkingstijd van 10 dagen zal niet bijdragen aan de vertrouwenspositie.

    Als deze (interne) werkprocessen goed zijn afgestemd, kan de deur open naar de buitenwereld. Er is wel wat lef voor nodig, maar het geeft een prettig gevoel voor klanten als zij kunnen zien wat er gebeurt. Als informatie die beschikbaar is binnen de organisatie ook buiten de organisatie kan worden geraadpleegd en indien nodig worden bijgewerkt. Denk bij het automatiseren van processen niet alleen aan de interne afnemers, maar betrek ook leveranciers en klanten in het inrichten en uitbouwen van de informatievoorziening.

    Er zijn tegenwoordig verschillende integratie mogelijkheden beschikbaar voor de grote hoeveelheid informatiesystemen die links en rechts in organisaties zijn ontstaan. Door het beschikbaar stellen van deze informatie op een centraal toegankelijke wijze, eventueel aangevuld met enterprise content management of een collaboratieve werkomgeving, is het niet meer alleen de interne organisatie die als doelgroep kan worden beschouwd. Leveranciers, afnemers, consumenten, burgers, (lokale) overheden, uiteindelijk allemaal facetten van een zeer grote interacterende keten. Hoe transparanter de schakels in deze keten, hoe makkelijker er kan worden samengewerkt. Hoe beter aan de verwachting wordt voldaan (kwaliteit), hoe groter het vertrouwen.

    Wie wil er nou niet zien wat er met zijn/haar geld gebeurd?

  • Ruim baan voor de griep

    Iedere vrijdagmiddag wordt op Radio 538 de Nederlandse Top 40 uitgezonden. De presentatie is al sinds jaar en dag in handen van Jeroen Nieuwenhuizen, die alleen niet te horen is bij vakantie en bij ziekte. Althans, dat was zo. Enige tijd terug werd hij geveld door de Mexicaanse griep en werd de presentatie overgenomen door een collega. Na een aantal dagen voelde Jeroen zich in principe goed genoeg om weer aan de slag te gaan, maar vanwege besmettingsgevaar werd besloten om nog een paar dagen thuis te blijven. Vervolgens gebeurde er iets dat op zichzelf misschien niet heel bijzonder is, maar wel een situatie weergeeft waar nog te weinig organisaties bij stil staan.

    Jeroen presenteerde de Top 40 namelijk vanuit zijn thuisstudio. Moderne techniek maakte het mogelijk voor hem om live vanuit zijn huis uit te zenden en direct in contact te staan met collega’s in de studio in Hilversum. Zonder enige problemen of storingen werd de uitzending verzorgd en kon er gewoon gewerkt worden, zonder dat Jeroen fysiek aanwezig hoefde te zijn in Hilversum.

    Voor de zomer werd voorspeld dat tussen de 20 en 30 procent van de werkende bevolking van Nederland in het najaar thuis zou komen te zitten als gevolg van de Mexicaanse griep. Uiteindelijk is dit cijfer bij lange na niet gehaald en gelukkig maar. Maar stel nou dat we dat cijfer wel zouden halen. In hoeverre zijn organisaties voorbereid om met 20 tot 30 procent minder capaciteit om te gaan? Betekent het dat projecten en of opdrachten niet meer kunnen worden uitgevoerd? Gaat dit uiteindelijk ten koste van klanten? Of zijn organisaties in staat de verwachte impact van de Mexicaanse griep op te vangen?

    Het is natuurlijk slechts een voorbeeld, maar zo zijn er talloze. Het is belangrijk dat een organisatie in staat is zich zo goed mogelijk te wapenen tegen negatieve invloeden op de continuïteit. Met de hedendaagse techniek is het mogelijk om niet meer alleen een bepaalde situatie te voorkomen, maar juist flexibeler en adequater op te treden als een situatie zich wel voordoet. In het genoemde voorbeeld was het natuurlijk beter geweest als Jeroen niet ziek was geworden, maar toen de situatie zich voordeed is de impact hiervan duidelijk beperkt. Steeds meer organisaties zien deze mogelijkheden en zetten ze actief in.

    Veel organisaties bieden namelijk al mogelijkheden voor externe toegang op het bedrijfsnetwerk via VPN, of extranet. Instant Messaging is snel opgezet binnen en soms ook buiten het bedrijfsnetwerk. En steeds meer intranetten zijn opgebouwd vanuit een centrale omgeving zoals bijvoorbeeld SharePoint en beschikken standaard over fora, blogs en wiki’s. Instrumenten die hier ook in deze context genoemd moeten worden.

    Maar al deze mogelijkheden voor het uitwisselen van informatie en het delen van kennis geven een volledig nieuwe dimensie aan het gebied van kennismanagement. Een goede grip op de kennis-life cycle, van kenniscreatie tot kennisdestructie, is noodzakelijk om de instrumenten maximaal in te zetten en optimaal gebruik te kunnen maken van de expertise en kennis die aanwezig is in de organisatie. Zelfs ten tijde van een grieppandemie.

  • Tijd voor een IO-pener

    Bijna iedereen kent Microsoft van Windows, Office en MSN, ook al heet dat tegen-woordig Windows Live. Een wat kleinere groep mensen kent Microsoft van hun server producten, zoals SharePoint, SQL Server en Exchange. Slechts een nog kleinere groep mensen kent Microsoft inmiddels ook vanwege enkele niet-technische zaken, zoals Het Nieuwe Werken, Impact 2.0 en Microsoft Infrastructuur Optimalisatie. Dat is jammer, want vooral laatstgenoemde biedt organisaties juist een goed startpunt voor het oplossen van complexe business vraagstukken.

    Net zoals met eigenlijk alle IT vraagstukken is ook het optimaliseren van de IT infrastructuur geen doel op zich. Het is een strategisch middel om te komen tot een betere IT dienstverlening aan de business. Door het zo goed mogelijk op elkaar afstemmen van de geboden IT faciliteiten en de vraag van de business wordt de afstand tussen beide verkleind. Twee partijen die niet zonder
    elkaar kunnen, maar ook regelmatig moeite hebben om effectief met elkaar samen te werken. Door deze samenwerking kan IT zich overigens ook meer als interne partner positioneren en structureel bijdragen aan het behalen van de ambities en doelstellingen van de organisatie.

    Verder betekent optimalisatie meer inzicht in de informatiestromen en uiteindelijk meer grip op de informatie voorziening. Wat uiteindelijk resulteert in meer wendbaarheid, de mogelijkheid om sneller en effectiever in te spelen op veranderingen in de eigen organisatie, maar ook in de markt.

    De kern
    De IT infrastructuur is voor de gemiddelde eindgebruiker vaak een onzichtbare vanzelfsprekendheid. Hij of zij maakt zich niet druk om bijvoorbeeld servers, storage oplossingen en applicatiebeheer, het moet gewoon werken. Hierin ligt ook de kern van de activiteiten van IT; het leveren van faciliteiten en/of middelen voor organisaties om zaken te doen over de hele wereld, hun ambities en doelstellingen waar te maken en hun creativiteit om te zetten in realiteit. Maar ook voor IT lijkt de eindgebruiker soms ver weg. Bovenal zal duidelijk moeten zijn dat IT een facilitator is, een interne dienstverlener. Pas dan heeft optimalisatie ook potentiële meerwaarde, vanwege de directe koppeling met de business en dus met het resultaat van de organisatie.

    In de eerste plaats zal de organisatie met een duidelijke visie betreffende ambities en doelstellingen richting moeten geven. Voor het daadwerkelijk invullen hiervan is een optimale informatie voorziening noodzakelijk. Het is de taak van ICT om in gezamenlijk overleg met de business te bepalen aan welke voorwaarden deze informatievoorziening of –infrastructuur zou moeten voldoen. Vanuit deze dialoog is er ruimte voor de ontwikkelingen in de organisatie, maar ook voor ontwikkelingen op technisch vlak. Bovendien kan er worden onderzocht welke kansen en mogelijkheden er zijn voor beide aandachtsgebieden.

    Vraag en aanbod
    Uiteindelijk draait het om mensen, het kloppende hart in elke organisatie. Zoals al eerder is gesteld, zijn zij de reden dat er datacenters worden ingericht, netwerken worden opgebouwd en dat er informatiesystemen worden ontwikkeld. Het aanbod aan IT diensten en producten is er op gericht dat zij hun werkzaamheden zo effectief en efficiënt mogelijk kunnen uitvoeren. Het is belangrijk om dat niet te vergeten. Natuurlijk is er de wisselwerking, nieuwe technologische mogelijkheden bieden nieuwe inzichten in hoe dingen beter kunnen, of veiliger, of sneller, of goedkoper. De keuze begint echter altijd weer bij de mensen die de oplossing daadwerkelijk gebruiken.

    De meerwaarde
    Volgens de laatste cijfers van de Standish Group faalt 24% van de ICT projecten. Hoewel hier een redelijk groot aantal verschillende oorzaken voor wordt aangewezen, zijn eigenlijk alle oorzaken terug te leiden tot twee hoofdaspecten. Ten eerste blijkt dat implementaties vaak te beperkt worden uitgevoerd. Er wordt veelal geconcentreerd op het technisch implementeren van slechts dat ene project, waarbij het niet technische gedeelte vaak wordt onderbelicht en er onvoldoende draagvlak of toegevoegde waarde wordt bereikt. Ten tweede is er te weinig doorlopende aandacht voor de business requirements, voornamelijk wanneer deze gedurende het project wijzigen wordt er te weinig rekening gehouden met de invloed hiervan op het op te leveren projectresultaat.

    Een goede afstemming tussen technische mogelijkheden en organisatorische behoefte leidt tot een aantal mogelijke scenario’s waarin mensen via processen, ondersteund door techniek, doelen proberen te bereiken. Deze scenario’s staan centraal in het Infrastructuur Optimalisatie denken.

    Uiteindelijk leidt een geoptimaliseerde infrastructuur tot een lagere TCO (Total Cost of Ownership) doordat IT (diensten) effectiever en goedkoper kunnen worden aangeboden. Daarnaast zal er door verhoogd inzicht kunnen worden gestuurd op samenhangende projecten en op een middellange termijnplanning, waardoor er ruimte ontstaat om tijdig bij te sturen. Tot slot zal het voornamelijk een grote rol spelen in het verhogen van de dynamiek en slagkracht van de business.

    Microsoft Infrastructure Optimization
    Microsoft IO is een uitgebreid model dat op basis van volwassenheid van de IT-infrastructuur, organisaties in staat stelt om de gehele IT investeringen te evalueren, toekomstige investeringen van prioriteit te voorzien en een lange termijn strategie vast te leggen. Uitgangspunt hierbij is de klantvraag, ook wel de business behoefte. Op basis hiervan kan een gewenste toekomstige situatie worden bepaald. Welke zakelijke functionaliteiten heeft een organisatie nodig om te voorzien in de voorziene behoefte. Logische volgende vraag is welke infrastructuur hiervoor nodig is.

    Het primaire uitgangspunt voor dit model is het hebben van een instrument om vast te stellen in hoeverre organisaties in staat zijn om IT te gebruiken om bedrijfsdoelen te ondersteunen en realiseren. In de praktijk komt het neer op een verdeling in drie gebieden:

    • Application Platform Infrastructure Optimization (APIO)  geeft inzicht in de IT investeringen voor bedrijfstoepassingen.
    • Business Productivity Infrastructure Optimization (BPIO)  geeft inzicht in de IT investeringen voor medewerker productiviteit op gebied van: Unified Communications, Collaboration, Enterprise Content Management, Enterprise Search en Business Intelligence.
    • Core Infrastructure Optimization (Core IO) geeft inzicht in de kern van de IT investeringen in een organisatie op het gebied van: Identity and Access management, Desktop, Device and Server management, Security and networking en Data protection.

    Elk gebied kent daarnaast, nog een eigen onderverdeling in vier of vijf onderwerpen, die specifiek bij dit gebied horen. Ook al zijn er scheidingen aangebracht is het onvermijdelijk dat de onderwerpen in sommige situaties direct met elkaar in verband staan, of zelfs elkaar gedeeltelijk overlappen.

    Op basis van de inschatting voor de toekomstige behoefte en functionele wensen (‘to-be’) wordt bepaald welke infrastructuur hiervoor wenselijk is. Door middel van een aantal assesments wordt tevens bepaald op welk volwassenheidsniveau (Basic, Standardized, Rationalized of Dynamic) een organisatie zich momenteel bevindt op het gebied van IT-infrastructuur, dit wordt ook wel de ‘as-is’ situatie genoemd.

    Door middel van een ‘gap-analyse’ (de inventarisatie van het verschil tussen de situatie nu en de toekomstige situatie) wordt de delta (verschil tussen beide situaties) inzichtelijk gemaakt en vertaald naar een groeitraject en een routekaart met daarin de benodigde projecten om tot de gewenste situatie te komen. Dit wordt ook wel de projectportfolio genoemd, oftewel het programma. Voor veelvoorkomende groeitrajecten zijn algemene scenario’s beschikbaar, welke kunnen dienen als raamwerk bij het invullen van de ontwikkelingen in de eigen organisatie.
    Belangrijk is hierbij om niet alleen naar de technische projecten te kijken, maar ook te inventariseren welke niet-technische projecten hierbij horen. Dit kan bijvoorbeeld zijn het motiveren van gebruikers voor kennisdeling, het opleiden van content managers of het aantonen van het belang van document management.

    Natuurlijk zijn er verschillende manieren waarop de technische invulling tot stand kan komen. De link tussen business doelstellingen en IT is een continu proces, een dialoog waarin er wordt gekeken naar de veranderende behoefte en de tooling die nodig is om in deze behoefte te kunnen blijven voorzien.
    Macaw

    Als Microsoft partner onderschrijft Macaw het Microsoft Infrastructuur Optimalisatie model en biedt oplossingen op een schaalbaar platform dat is gebouwd om samenwerking tussen voorzieningen zo goed mogelijk te ondersteunen. Macaw levert oplossingen die organisaties helpen hun ambities en doelstellingen te behalen. Hierdoor is Macaw in staat om oplossingen te realiseren die niet alleen individuele behoefte invullen, maar ook verregaande integratie van processen ondersteunen en een grote mate van herbruikbaarheid kennen en daardoor een hoger rendement genereren op de investering. Macaw is echter ook in staat om organisaties te ondersteunen bij het inventariseren van het huidige volwassenheidsstadium, een overzicht te maken van de benodigde IT infrastructuur en het adviseren rondom de overbrugging van het verschil tussen deze twee. Dit alles op basis van het Microsoft IO model, aangevuld met kennis en ervaring op het snijvlak van business en ICT.

     


     

  • Oh, crisis! Cost of Not Implementing(CONI): Budget-killer of killer-kans?

    De wereld weet het inmiddels wel, het is crisis. Sterker nog er zullen (grote) groepen mensen zijn, die zo goed weten dat het crisis is, dat ze het woord niet meer kunnen horen. De economische groei blijft uit,  de werkeloosheid stijgt en financieel gaat het steeds minder met ons. Dat is de tendens van de berichtgeving. Zeker bij het zien van de beelden van wat ooit het trotse Detroit was, wordt duidelijk wat voor effect deze crisis heeft op het maatschappelijke leven.

    ‘Oké, we snappen het, het is crisis. En nu?’
    Het is natuurlijk een kleine geruststelling, maar de economie beweegt in een golf. Gaat het goed met de economie, dan weet je dat er ook een periode aankomt waarin het minder goed zal gaan. Maar nog veel belangrijker op dit moment is het feit dat er na een mindere periode ook weer een betere periode zal aanbreken. Het is misschien een kleine pleister op een grote wond, maar toch goed om te onthouden.

    Daarnaast is uit onderzoek van Gartner gebleken dat iedere organisatie vaste strategische doelstellingen heeft, namelijk: groei, efficiëntie en kostenbesparing. Verder is aangetoond dat de prioriteit van deze drie punten verschuift op basis van economisch klimaat. Kortweg ligt er een primaire focus op groei en een secundaire focus op efficiëntie bij een goed economisch klimaat en als het economisch minder gaat ligt er een primaire focus op kostenbesparing en een secundaire focus op efficiëntie.

    Als gevolg van bovenstaande focuspunten worden organisaties ‘gespekt’ als het economisch goed gaat. Extra personeel wordt aangetrokken om groei mogelijk te maken, waarbij efficiëntie en kosten besparing van minder belang zijn. Personeelskosten zijn vaak de grootste kostenpost, dus in tijden van crisis is een veelgebruikte, korte termijn oplossing, het vrijspelen van deze ‘verborgen’ buffer. Er kan verhoudingsgewijs snel worden gekort in deze kosten door bijvoorbeeld: aannamestop, bevriezing van salarissen en in het ergste geval ontslag.

    Een andere korte termijn oplossing is het stopzetten van lopende projecten, of het uitstellen van nieuwe projecten. Met name in de ICT hoek wordt hier veelvuldig gebruik van gemaakt. Het is echter niet altijd een verstandig keuze om projecten stop te zetten of op de lange baan te schuiven. De reden waarom dit toch vaak gebeurt, is dat er wordt gerekend op basis van ROI, Return On Investment. Uitgegaan wordt van een break-even point, de investering zal na een bepaalde periode zijn terugbetaald en na die periode rendement gaan opleveren.

    ‘Blijft de vraag: En nu?’
    Het grote omslagpunt in de benadering van projectevaluaties, budgetbeoordelingen en investeringsaanvragen, ligt in de manier van redeneren. Natuurlijk kennen we allemaal het eerder genoemde principe van ROI. Maar dat werkt alleen echt goed als het gaat over groei, over een voorspoedige toekomst waarin we kunnen wachten tot er rendement wordt gegenereerd. Maar die luxe positie is er op dit moment niet. Er is echter een alternatief, een benadering die veel beter past bij het huidige economische klimaat. Deze heet CONI, oftewel Cost Of Not Implementing. In plaats van een afweging te maken tussen investering en rendement, wordt binnen CONI een afweging gemaakt tussen investering en kosten. Oftewel, wat kost het als ik dit project niet uitvoer? Bij hoge structurele kosten in de bedrijfsvoering kan het uitvoeren van een specifiek project op korte termijn al besparingen gaan opleveren, geen CFO die hier bezwaar tegen kan hebben. Veelal zal het hier gaan om procesoptimalisatie of procesondersteuning.

    Bij de benadering vanuit CONI, komen ook de focuspunten weer terug. Kostenbesparing en efficiëntie, juist deze onderwerpen worden belicht bij een benadering vanuit CONI en zorgen voor mogelijkheden om budgetten vrij te maken.

    Uiteindelijk is het belangrijk om een gedeelte van deze budgetten toch in de projectenkant van de organisatie te houden. Er komt een moment dat het beter gaat met de markt, juist op dat moment zal een organisatie klaar moeten zijn voor de toekomst. Investeer nu in kleinschalige trajecten om programma’s op te stellen en om projecten te definiëren. Leg deze klaar voor het moment dat ze klaar moeten liggen. Niets is zo frustrerend als een concurrent die zijn voorbereidingen heeft getroffen en meelift op het economisch herstel, terwijl de eigen organisatie nog op gang moet komen.

    Tot slot biedt Microsoft sinds enige tijd een goed gevulde toolkit voor het inventariseren van de mogelijke knelpunten in de informatie infrastructuur, namelijk Microsoft Infrastructure Optimization (Microsoft IO). Het gebruik van deze toolkit stelt organisaties in staat om noodzakelijke projecten in kaart te brengen en prioriteit te geven met als uiteindelijk streven het behalen van de gewenste organisatie doelstellingen. Meer info:
    www.microsoftio.com

  • Hoe meer te doen met minder

    De komende periode staat voor corporate Nederland, mede door de economische situatie, de bedrijfsvoering in het teken van consolidatie. Consolidatie betekent in deze casuïstiek voornamelijk meer doen met minder. In tijden van economische teruggang is het van belang om de organisatie af te stemmen op het veranderde speelveld, in combinatie met maatregelen die juist voorsorteren richting herstel. Dit heeft een verdere verschuiving van aandacht richting de interne organisatie tot gevolg, waarbij een gedegen toetsing wordt uitgevoerd op criteria zoals proces, techniek, kosten en bemensing. Vanuit concurrentieoogpunt (zie voorsorteren) is het daarbij van belang om een balans te vinden in het behoud van aanwezige kennis en ervaring en mogelijke inzet in de markt.

    Aansluitend zien we dat organisaties twee concrete prioriteiten hebben gedefinieerd:
    • Interne procesverbetering
    • Commercie

    Praktijkvoorbeeld 
    Aan de hand van onderstaande schets volgt een concrete toelichting op de twee prioriteiten rondom het principe van ‘meer met minder moeten realiseren’. Door de veranderende marktomstandigheden is een klant van Macaw gevraagd om nog klantgerichter te gaan acteren. In dit kader is een duidelijke behoefte ontstaan voor transparantie en efficiency in dossiervorming. Dit betekent dat alle informatie met en over een klant zowel intern als extern beschikbaar dient te zijn. Dit via een eenduidig dossier, waarbij beschikbaarheid van statusinformatie een essentiële rol speelt. Door de bestaande databronnen te combineren is het aantal relevante rapportages teruggebracht van drie naar één. Dit met een positieve impact op tijd, geld en kwaliteit.

    Ook blijkt er een significant verband te zijn tussen beide prioriteiten. Door als organisatie juist van “buiten naar binnen” te kijken zijn interne onvolkomenheden geduid en procesverbeteringen aangebracht met een concrete aansluiting op klantbehoeften. Dit heeft mede de commerciële slagkracht vergroot.

    Aanpak 
    Door een verkort procesmanagement traject uit te voeren wordt het mogelijk om bovengenoemde procesverbetering direct te realiseren. Hiervoor wordt het desbetreffende werkproces schematisch (lees: aan de hand van swimming lanes) uitgewerkt. Daarbij wordt het proces vanuit de ‘as-is’ situatie in kaart gebracht. Hierin komen actuele behoeften, verantwoordelijkheden en deliverables aan de orde. Deze foto van de huidige situatie wordt vervolgens gespiegeld aan de gewenste omstandigheden, de ‘to-be’ situatie. Door deze twee uitersten naast elkaar te zetten wordt een discrepantie geduid. Deze discrepantie is de inhoud voor de  ‘gap-analy-se’, gericht op het snijvlak van organisatie en IT. Op basis hiervan wordt een concreet, realistisch en beknopt ontwikkelingsprogramma opgesteld dat direct uitgevoerd kan worden.

    Met als resultaat het vergroten van de snelheid van time to market aan de hand van een heldere en efficiënte procesgang en een informatiehuishouding die efficiënt is aangepast aan de behoeften uit het klantdomein.

    Samenwerking 
    Door onze langdurige betrokkenheid in de segmenten Finance, Government & Education, Services en Industry is Macaw goed geëquipeerd om u bij te staan in het benoemde consolidatieproces. Business Consultants van Macaw komen graag met u in gesprek om u te ondersteunen aangaande verkort procesmanagement. Dit bij het in kaart brengen van de uitdagingen rondom werkprocessen, het uitvoeren van de ‘gap-analyse’ en realisatie van toegevoegde waarde aan de bottom line.

  • Een filevrij Nederland een utopie?

    Op 9 oktober 2008 zou de Nederlandse automobilist getuige kunnen zijn van een uniek schouwspel. De wegen vrij van files, een utopie? Nee, een filevrij Nederland hoeft geen droom te zijn, of af te hangen van een speciale dag. De mogelijkheid om te werken waar je wilt, kan al bijdragen aan minder files. Maar bij veel bedrijven is dit nog altijd niet mogelijk. Vaak beschikken organisaties niet over de juiste middelen en hebben ze ook het vertrouwen nog niet. De technologie is echter al beschikbaar, nu de cultuuromslag bij het management en de medewerkers nog. Anders blijft bijvoorbeeld flexibel werken - en daarmee filevrije wegen - een utopie. Dat het ook anders kan, laat Macaw zien in een video op www.macaw.nl.

    Macaw steunt het initiatief van Nederland Bereikbaar omdat bereikbaarheid, voor ons als IT projectorganisatie, één van de grootste problemen is. Reistijd is de belangrijkste "dissatisfier" onder medewerkers en de grootste veroorzaker van (kostbaar) personeelsverloop. Flexibel werken staat daarom bij ons hoog in het vaandel.

    Uit de mobiliteitsbalans 2008, die door het Kennis Instituut voor Mobiliteit (KIM) in juni van dit jaar is gepubliceerd, blijkt dat de files ons jaarlijks ongeveer drie miljard euro kosten. Dat is gebaseerd op de stilstand uren van de vrachtauto's en de daaruit vloeiende schade van de goederen die te laat zijn, maar ook de verliesuren van forenzen die onderweg zijn naar een afspraak. En datzelfde Instituut voorspelt dat de reistijd met 29% tot 46% zal toenemen. Moeten we hieruit concluderen dat een filevrije Nederland dan echt een utopie zal zijn?

    Ik denk dat we al een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan minder files door ons eigen gedrag te analyseren. Wanneer stappen we zelf in de auto en zitten we op de weg? En is dit werkelijk noodzakelijk? Hebben we een goed (zakelijk) argument om tussen 7 uur en 9 uur op de weg te zitten?

    Maar hoe kunnen we iets aan ons eigen weggedrag doen? Want uiteindelijk zal er een goede balans moeten plaatsvinden tussen infrastructurele aanpassingen in combinatie met de noodzaak dat we daadwerkelijk op de weg moeten zijn. Als ik naar mijzelf kijk probeer ik altijd zoveel mogelijk de files te ontwijken. Ik woon in Amersfoort en werk op Schiphol-Rijk, dagelijks heb ik de A1 "nachtmerrie". Een normale rit naar mijn werk kost mij ongeveer 45 minuten als ik niet in de file sta. Als ik echter in de spits moet gaan rijden omdat mijn werkgever van mij verwacht dat ik dagelijks om 09.00 uur op het werk moet zijn, dan kost een enkele reis naar Schiphol-Rijk mij al gauw 2 uur!

    Gelukkig ben ik in de positie dat ik eerst thuis kan werken totdat de files zijn opgelost en dan naar het werk toe rijd. Ook als ik van mijn werk weer naar huis rijd, check ik eerst de files en rijd pas weg als de filedruk aan het afnemen is. Ik ben gewoon bereikbaar voor mijn collega's. Dat kan via de mobiele telefoon waarmee we onderling 'gratis' bellen. Maar ook via de productenreeks van Unified Communications dat organisatiebreed is uitgerold, zoals mijn collega Maarten Sikkema in zijn eerdere blog heeft omschreven. En via een beveiligd intranet waar ik vanaf huis (of waar dan ik dan ook ben) bij kan en met de documenten kan werken die ik nodig heb.

    Ik communiceer dus via de mobiele telefoon, via chatsessies (Office Communicator, de zakelijk variant van Windows Messenger), heb ik overleg met collega's en relaties via een virtuele vergaderomgeving (Office LiveMeeting). Omdat je met Office Communicator ook snel inzicht hebt in de aanwezigheidsstatus van mensen, kan ik snel zien wie ik direct kan storen (aanwezigheid is groen), of bijvoorbeeld een e-mail moet sturen omdat hij druk is of afwezig (aanwezigheid is rood). Mijn documenten waarin ik werk sla ik op op ons intranet, zodat ik ongeacht waar ik ben altijd bij mijn informatie kan. In feite hoef ik dus niet op kantoor te zijn. Het zijn, in mijn ogen, simpele voorbeelden die aangeven hoe je efficiënt met tijd kan omgaan en daarmee ook productiever kan zijn.

    Maar het is niet alleen de technologie die een verschil kan maken. Ook binnen de organisatie zal een en ander veranderd moeten worden. Het vraagt ook om een cultuuraanpassing. Het is een nieuwe manier van werken waarmee we op een slimme manier met mobiliteit en bereikbaarheid omgaan. Dat is toch iets waar we allemaal naar toe willen?

    Ik ben zo benieuwd hoe het Nederlandse bedrijfsleven aankijkt tegen deze nieuwe ontwikkelingen en of we hierdoor een bijdrage kunnen leveren aan een beter mobiel Nederland?

    9 oktober a.s. gaan we in ieder geval proberen een dag zonder files te creëren.
    Wat doe jij eigenlijk op 9 oktober? Sta je stil of doe je mee?

     

     

  • IT & Business: pragmatische samenwerking gevraagd

    De strategische inzet van IT is nu belangrijker dan ooit voor de toekomstige richting van een organisatie. Door toenemende fragmentatie in markten en binnen de operatie is er een duidelijke behoefte aan strategisch inzet van IT. Op deze manier kan de organisatie en aanwezige kennis op een juiste manier geïntegreerd worden.  Deze uitdaging vraagt meer en meer om een actieve en praktijkgerichte coöperatie tussen IT en de business. Waar moet IT zich op richten, welke taken zijn relevant en hoe moet de relatie met de business vormgegeven worden; deze blog doet hierin een handreiking.

     

    Oriëntatie IT

    Een gefragmenteerde operatie heeft vaak een versnippering van kennis en expertise tot gevolg. Voor IT management binnen multinationale organisaties (commercieel, overheid of non-profit) is dit een primair vraagstuk geworden. Het faciliteren van dit vraagstuk vraagt om een meer procesgedreven aanpak. Daarbij dienen de doelstellingen en behoeften vanuit de business als leidraad. Aanvullend is er een heldere opportuniteit om de acceptatie en het gebruik van technologie binnen organisaties te veranderen. Er meldt zich een compleet nieuwe generatie op de arbeidsmarkt, die volledig is opgegroeid met het gebruik van computers en telecommunicatie. Deze generatie heeft een hoge technologische acceptatie, echter tegelijk excessieve verwachtingen van globale toegang en mobiliteit.

     

    Dit zijn twee uitdagingen waarin IT management, gebaseerd op impact binnen de eigen organisatie, een adviserende en sturende functie dient te realiseren. Vanuit deze functie is het vervolgens belangrijk om toe te werken naar een concrete toegevoegde waarde voor de organisatie, zowel in bottom line als omzettechnisch.

     

    Takenpakket IT

    Het IT management binnen multinationale organisaties heeft traditioneel te maken met twee perspectieven:

    • Business
    • Techniek

     

    Vaak ligt de focus op het perspectief ‘techniek‘. Gezien de benoemde oriëntatie is het van essentieel belang om een juiste balans te vinden tussen beide perspectieven. Dit om agitatie tussen IT en vertegenwoordigers uit het business domein te voorkomen. Door de technologische mogelijkheden af te stemmen op de business behoeften, zoals deze aanwezig zijn binnen de organisatie, wordt deze spanning geneutraliseerd. Hierdoor ontstaat een gezamenlijk sturingsmechanisme van IT en business. Een sleutelelement is daarbij het genereren van vertrouwen vanuit IT richting de business om een substantiële bijdrage aan het bedrijfsresultaat te leveren. Dit dient dan ook tot één van de primaire taken van IT management te behoren. Uiteraard naast het vervullen van de traditionele service rol.

     

    Link met Business

    Voor het creëren van een gezamenlijk sturingsmechanisme dienen de spreekwoordelijke muren tussen IT en de business te worden verwijderd. Dit betekent onder andere dat IT medewerkers een vertaalslag dienen te maken van een afwachtende positie naar een proactieve benadering van business issues. Door juist nauw samen te werken met de business, met de werkprocessen als uitgangspunt, wordt een structurele basis voor een strategische bijdrage aan de organisatiedoelstellingen gerealiseerd. Dit kan variëren van een verkort procesanalyse traject tot het verzorgen van een complete business case. Om deze link met de business correct te faciliteren is het belangrijk voor IT management om te sturen op klantrelatie; focus op het vertalen van business wensen in plaats van het acteren vanuit standaard IT projectmanagement.

     

    Conclusie

    Een pragmatische samenwerking tussen IT en de business maakt het mogelijk om de aanwezige uitdagingen (o.a. globale fragmentatie, kennismanagement, communicatie) juist te vertalen naar het realiseren van de organisatiedoelstellingen. Daarbij is focus op procesbenadering van essentieel belang. Dit vraagt voor IT qua bemensing meer om een adviseur dan een standaard projectmanager. Door de business als vertrekpunt te formuleren wordt zo een directe bijdrage geleverd aan het bedrijfsresultaat.

     


    Casus

    Een multinationale printer fabrikant heeft op basis van gesignaleerde uitdagingen (zowel intern als extern) rondom het klantdomein een verkort procesanalyse traject uitgevoerd binnen het werkproces Services. De uitdagingen waren te vinden op het gebied van kennismanagement en informatiehuishouding. Dit om zowel de klant als een service engineer direct toegang te bieden tot de relevante informatie. Daarbij is gezocht naar concrete oplossingen met behulp van aanwezige nieuwe technologie, zoals Microsoft Office SharePoint Server 2007 en Microsoft Communicator 2007. Het SharePoint platform is gebruikt voor het herijken van een klantportaal waar klanten toegang krijgen tot voor hen belangrijke informatie en additioneel advies krijgen bij het serviceproces. Met de Communicator functionaliteiten kan snel inzicht gegeven worden in aanwezigheidsstatus, met andere woorden; kan iemand gestoord worden of is iemand bezet (in het kader van kennismanagement). Door in dit voorbeeld de werkprocessen als uitgangspunt te nemen is een heldere toegevoegde waarde geduid aan de geformuleerde business doelstellingen.

  • Het nut van een intranet kernteam

    Bijna elke onderneming heeft weleens met dit bijltje gehakt: de lancering van een nieuw of vernieuwd corporate intranet. Echter hoe kun je als organisatie ervoor zorgen dat deze intranetomgeving organisatiebreed geaccepteerd wordt  nadat de witte broods weken voorbij zijn? Het uitbouwen en up-to-date houden van een corporate intranetomgeving heeft namelijk een significante impact op de organisatie. De mate van impact is uiteraard afhankelijk van de richting en fasering zoals vastgesteld en uitgewerkt zijn in het intranet visie/strategie traject.

     

    Macaw heeft een methodiek ontwikkeld die juist invulling geeft aan deze uitdaging; het intranet kernteam. Via deze blog wil ik een doorkijk bieden.

     

    Kernteam

    Het uitbreiden van een bestaand portaal of het introduceren van een nieuwe intranetomgeving valt of staat met momentum. Of te wel het efficiënt en gericht vertalen van gebruikerseisen. Hiermee bedoel ik dat het belangrijk is om aansluiting te hebben bij de proces ‘uitdagingen’ zoals deze aanwezig zijn binnen de organisatie. Dit kan zowel betrekking hebben op de primaire en/of secundaire werkprocessen. Deze aansluiting biedt immers het fundament voor acceptatie. Vaak is het voor organisaties lastig om binnen de dagelijkse context ruimte voor deze aansluiting te vinden.

     

    Om toch actief gebruik te maken van het momentum is de inzet van een intranet kernteam een verantwoord alternatief. Het intranet kernteam is een tijdelijk team dat organisatiebreed inzetbaar is. Dit om actief proceskwesties te vertalen naar concrete oplossingen binnen het intranetdomein. Daarbij is het kernteam onderdeel van de projectorganisatie en werkt tevens waar mogelijk al met het toekomstige intranet beheerteam samen. Dit om de overdracht naar het going concern model zo efficiënt mogelijk in te vullen.

     

    Activiteiten

    Een van de belangrijkste activiteiten van het kernteam is aldus het vertalen van opportuniteiten vanuit de business. Aan de hand van een verkort procesanalyse traject wordt invulling gegeven aan de wensen en behoeften rondom de werkprocessen. Door het hebben van een helder zicht betreffende de business requirements kan vervolgens een structurele inzet binnen het corporate intranet worden gerealiseerd. Op deze manier levert de intranetomgeving direct een toegevoegde waarde binnen de procesgang van de organisatie. Dit heeft als voordeel dat het resultaat direct zichtbaar is en aanzet tot vervolgstappen binnen de organisatie vanuit andere werkprocessen (voorbeeldfunctie).

     

    Het vertalen van deze opportuniteiten leidt tot een verzameling van mogelijke projecten. De keuze aangaande welke projecten uitgevoerd worden en/of prioriteit verdienen, dient gewogen getoetst te worden. Daarvoor is het belangrijk om per item een verkorte business case aan te leveren. Hiervoor is een evaluatiemodel opgezet bestaande uit de volgende elementen:

    • Toegevoegde waarde (financieel)
    • Hergebruik
    • Investering (tijd, geld, kwaliteit)
    • Strategisch impact

     

    Dit biedt tevens richting de organisatie een gestructureerd overzicht en voorkomt ruis rondom besluitvorming en uitvoering.

     

    Samenstelling

    Een kernteam bestaat uit de volgende personen met tussen haakjes de aanverwante verantwoordelijkheden:

    • Business consultant (verantwoordelijk voor verkort procesanalyse traject)
    • Analist (verantwoordelijk voor de technische vertaling naar intranet functionaliteit)
    • Developer (verantwoordelijk voor configuratie en bouw)
    • Projectmanager (verantwoordelijk voor voortgang en rapportage)*

     

    * De inzet van een projectmanager is afhankelijk van het gekozen projectmanagement model (interne of externe inzet).

     

    Voordelen

    Het inzetten van een intranet kernteam brengt voor een organisatie de volgende voordelen met zich mee:

    • Binnen een afgesproken tijdsbestek is een slagvaardig en gemotiveerd team beschikbaar
    • Adequate vertaling van wensen en behoeften vanuit de business (verkorte procesanalyse) naar functionele inzet en ondersteuning binnen de intranet omgeving
    • Borging besluitvorming projecten (prioriteitstelling) binnen organisatie aan de hand van aanlevering verkorte business cases
    • Geen druk op huidige organisatie wat betreft inzet van eigen mensen voor uitbouw intranetomgeving; focus op de primaire procesgang blijft als zodanig in takt
    • Kostenaspect van uitbouw is beheersbaar en efficiënt

     

    Conclusie

    Het is aan te raden om na de lancering van een nieuwe intranetomgeving of bij vernieuwing de vertaling richting de organisatie te laten uitvoeren door een onafhankelijk kernteam. Dit om op een snelle en gemotiveerde manier het intranet uit te bouwen, zodat organisatiebreed een maximaal resultaat wordt bereikt. Na deze, bij voorkeur, afgesloten periode dient een overdracht richting een going concern model (intranet beheer) plaats te vinden. Het corporate intranet is namelijk van de onderneming zelf en niet het domein van een externe realisatiepartner.

     

    Macaw heeft deze methodiek bij een aantal referenties succesvol in de praktijk toegepast; klik hier voor om een referentie te bekijken.

     

    Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ernst Steffen via ernst.steffen@macaw.nl

  • De rol van intranet binnen de kennis creërende onderneming

    Managers hebben tegenwoordig niet alleen te maken met uitdagingen op het gebied van operationele strategie, echter ook op het terrein van personeel; het optimaal gebruik maken van recruitment, investeren in management development en het verbeteren van samenwerking binnen en buiten de organisatie. Juist in de huidige marktsituatie zijn ondernemingen in een nog actievere rol met klanten en partners gelieerd om te komen tot een beter en individueler afgestemd aanbod. Traditionele manieren van informatieverzameling en -distributie zijn dientengevolge niet meer toereikend om te voorzien in de behoefte van de groeiende populatie van kenniswerkers.

     

    Hierdoor zijn managers steeds vaker op zoek naar een methode om deze ‘kennisgroei’ vorm te geven en waar mogelijk te faciliteren. In lijn met deze trend wordt het corporate intranet meer en meer in lijn gebracht met de aanverwante werkprocessen van de onderneming. Dit om de aanwezige kennis rondom deze werkprocessen juist te kanaliseren. Welke rol kan een intranet aldus spelen binnen de kennis creërende onderneming? Hoe verhouden communities en transparantie zich in deze? Middels onderstaand artikel bied ik een schets van een corporate intranet als actief hulpmiddel bij de borging van kennis.

     

    Communities

    Het faciliteren van kennis laat zich lastig langs het organogram vormgeven. Denk daarbij aan de informele werkgerelateerde communities (onderwerp of segment gerelateerd), zowel binnen als buiten de onderneming, welke voor medewerkers juist erg waardevol zijn in het dagelijks functioneren. Deze zijn sporadisch te vinden binnen het organogram. Daarom is het als management belangrijk om oog te hebben voor deze communities en hier actief in te investeren. Vooral binnen multinationaal opererende ondernemingen heeft het faciliteren van deze communities toegevoegde waarde. Zeker rondom medewerkers die geografische en/of organisatorisch op stand met elkaar samenwerken en informatie uitwisselen.

     

    Stap één is daarom om te komen tot een actief inzicht in de huidige patronen en relaties zoals deze bestaan tussen de leden van de verschillende communities. kennis en informatie door het gebruik van intranet is het in kaart brengen van de informele communities en overleg organen zoals deze bestaan binnen de onderneming. Daarvoor zijn verschillende technieken beschikbaar (“On Trust and Culture” , Karen Otazo, strategy+business, Q4 2006). De rode draad in deze is om de informatiemakelaars te identificeren. Dit zijn community leden waar langs het merendeel van de communicatie verloopt en mede hierdoor het bindende en sturende element achter de community. Deze informatiemakelaars zijn bijgevolg de ideale ambassadeurs van een corporate intranet omgeving als enabler voor kennismanagement.

     

    Aanvullend is het belangrijk dat management aandacht en focus heeft voor deze communities door de toegevoegde waarde van informele connecties te valideren en in combinatie met het formuleren van duidelijke kpi’s deze op een heldere manier te evalueren.

     

    Transparantie

    Daarnaast blijkt dat de grootste uitdaging tegenwoordig niet ligt in het verzamelen van data maar in het maken van de juiste connecties om deze informatie te ontsluiten. Een slecht bereikbare community maakt het realiseren van toegevoegde waarde voor de organisatie lastiger. Als tweede stap is het daarom van belang om te komen tot een helder overzicht van de beschikbare expertise van de community leden. Denk daarbij aan het gebruik van een database (bijvoorbeeld een lijst binnen Microsoft SharePoint). Door deze doorzoekbaar te maken aan de hand van sleutelbegrippen wordt het mogelijk om op een snelle en efficiënte manier de relevante expert te identificeren. De sleutelbegrippen hebben niet alleen betrekking op ‘harde’ aspecten zoals projectnaam, regio, onderwerp maar ook op persoonlijke achtergrondinformatie (o.a. hobby, opleiding). Door deze informatie gecombineerd inzichtelijk te maken wordt de drempel om onderling contact te leggen verlaagd.

     

    Het corporate intranet platform kan dit proces ondersteunen door het bieden van virtuele forums en te assisteren bij elektronische vergaderen. Voor het effectief faciliteren van contact tussen de community leden hebben de informatiemakelaars een motiverende rol. Door de centrale positie in de community zijn zij in staat om actief sturing te geven aan de groei en deling van kennis. Daarnaast vervullen de informatiemakelaars een evangelistenrol aangaande de uitbreiding van de community met contacten zowel intern als extern de organisatie. Tevens speelt deze positie een rol rondom de ‘cross-generational workspace’. Dit om zorg te dragen dat de kennis en ervaring van oudere medewerkers kan worden gecombineerd met de capaciteiten binnen het team en/of community.

     

    De inzet van Funnels

    Afdelingen zoals Innovatie&Ontwikkeling en Verkoop werken vaak aan de hand van langdurige trajecten. Deze trajecten ontstaan vanuit een idee en/of opportuniteit. Het omvormen van ideeën tot projecten is daarbij onderdeel van een uitgebreid goedkeuringsproces. Dit goedkeuringsproces wordt meestal vormgegeven aan de hand van beslismomenten gebaseerd op relevante documentatie en beslisverantwoordelijken. Inzicht in dit besluitvormingstraject is voor deelnemers van essentieel belang om te komen tot een gedegen ontwikkelproces.

     

    Door een ‘Funnel’ te creëren wordt het traject van begin tot eind (zijnde project) inzichtelijk gemaakt. Uiteraard kan dit worden voortgezet in de projectfase. De ‘Funnel’ bestaat uit relevante criteria in relatie tot de afgesproken beslismomenten. Daarbij spelen elementen zoals document management en workflow een belangrijke rol. Het corporate intranet domein is het ideale platform om dit proces actief te ondersteunen. Door informatie nadrukkelijker zichtbaar te maken zorgt dit voor meer transparantie en dientengevolge tot betere sturing en besluitvorming. Vooral het eenduidig communiceren van de motivatie rondom de besluitvorming is in het ontwikkelproces van toegevoegde waarde (kennisbank voor toekomstige projecten).

     

    Conclusie

    Het opzetten van een kennisnetwerk is van toegevoegde waarde voor een multinationale onderneming. Door de meer en meer globale marktomstandigheden is het van doorslaggevend belang om kennis, ervaring en informatie uitwisseling tussen medewerkers te borgen. Daarbij zijn het faciliteren van de communities en het in kaart brengen van expertise twee essentiële elementen. Managers kunnen dit actief ondersteunen door het bieden van betere toegang tot informatie en door het toekennen van rollen (o.a. de informatiemakelaar). Het corporate intranet is daarbij het ideale platform om dit proces constructief te vorm te geven.

  • Wie is eigenlijk de eigenaar van het intranet?

    In mijn werk als business consultant merk ik dat het ontwikkelingsproces van een intranet in de regel impact heeft op de hele organisatie. De afdeling Communicatie of IT geven al dan niet samen, traditioneel vorm aan dit ontwikkelingsproces. De theorie dicteert immers een intranet als intern communicatiemiddel of vanuit een puur technisch perspectief kan worden bezien. De praktijk blijkt vaak weerbarstiger. Dit leidt bij ondernemingen als ook gemeenten tot de vraag: wie is nu de meest geschikte eigenaar van mijn intranet?  Helaas is dit geen wet van Meden en Persen. Deze blogpost is een aanreiking van een oplossingsrichting.

     

    Volgens het Intranet Faseringsmodel wordt een intranet steeds meer een afspiegeling van de organisatie. Afhankelijk van de fase waarin de intranetomgeving zich bevindt heeft het ontwikkelingsproces een impact op zowel de organisatie als de techniek.

     

     

    Figuur 1 - Intranet Faseringmodel - Macaw Business consulting - augustus 2007

    Het eerste wat ik vaak doe in een intranet project is duiden in welke fase het  intranet zich bevindt. Vanuit deze ‘foto’, het fundament voor de intranetvisie, stel ik vervolgens voor een pragmatische roadmap incluis plateauplanning vast te stellen. Uiteraard in lijn met de organisatiedoelstellingen en afgestemd op het ambitieniveau van de organisatie of gemeente.  

     

    Deze kaderstelling vraagt om uitgebreide kennis van het snijvlak proces en techniek. Procesmanagement speelt hierin een belangrijke rol. Het doel is het bieden van een doorkijk op het procesmatig functioneren van de organisatie en inzichtelijk maken waar de uitdagingen liggen. Door een actieve link te leggen tussen intranet en de bedrijfs-/gemeenteprocessen wordt het mogelijk het intranet af te stemmen op de primaire behoeften van een organisatie. Waarbij van strategisch, via tactisch naar operationeel niveau de sturingsmechanismen binnen de organisatie worden geduid.

     

    De activiteiten binnen procesmanagement kunnen worden samengevat in drie categorieën:

    • proces design: analyse van de huidige situatie in relatie tot de toekomstige conditie
    • proces uitvoering: doorvertaling naar techniek
    • proces monitoring: beoordeling en toetsing van processen in de praktijk

    Het snijvlak proces en techniek is over het algemeen niet het domein van de afdeling Communicatie en/of IT. Bij de ontwikkeling van een intranet zijn communicatie en techniek echter absoluut twee niet te veronachtzamen onderwerpen; maar de focus deze afdelingen is doorgaans niet gericht op procesmanagement. Dit vertroebelt het beeld van het complete contextuele landschap (van strategie via proces en techniek naar structuur en mensen). Op de lange termijn kan dit manco negatieve gevolgen hebben voor ontwikkeling van het intranet.

     

    Qua verankering is het naar mijn mening daarom beter om het eigenaarschap van een intranet omgeving te beleggen bij een eenheid die een duidelijke affiniteit heeft met procesmanagement. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Informatiemanagement (of vergelijkbare afdeling). Deze eenheid krijgt de taak om de geformuleerde strategie binnen de organisatie uit te rollen. Informatiemanagement staat daarin voor het vertalen van de business behoeften uit de organisatie naar een technisch perspectief.

     

    Tijdens roadshows worden proceseigenaren geconsulteerd door de Informatiemanagers. Uit deze consultatie volgt een verkorte business case die wordt omgezet naar een concrete oplossingsrichting binnen het intranet platform. Door een heldere keuze te maken voor een eenheid die de taal spreekt van de business wordt het mogelijk om pro-actief richting te geven aan het intranet ontwikkelingsproces.

     

    Het is van essentieel belang dat er voor de ontwikkelingsdiscussie van het intranet een organisatiebreed platform wordt gecreëerd. Hierbinnen kan een Intranet Begeleidingsgroep een hoofdrol vervullen. Deze Begeleidingsgroep bestaat uit de diverse belanghebbenden aangaande de intranetomgeving; zijnde Informatiemanagement, Communicatie, IT en last but not least Management. De voorzitter van de Intranet Begeleidingsgroep is bij voorkeur de verantwoordelijke stakeholder uit het Directieteam. De Intranetmanager (zie Informatiemanagement) heeft de operationele verantwoordelijkheid. De Begeleidingsgroep kan nog worden aangevuld met een non-executive officer; die met zijn specifieke intranet kennis als onafhankelijk adviseur kan optreden.

     

    Een organisatie eenheid met focus op het snijvlak van proces en IT is mijns inziens de ideale eigenaar van een intranet. Procesmatig denken biedt de mogelijkheid voor een robuust platform voor toekomstige groei. De afdelingen Communicatie en IT zijn in deze eerder afnemers dan producenten. Het producentschap ligt bij de eenheid Informatiemanagement. Door de focus van de ontwikkeling van een corporate intranet te leggen op procesmanagement wordt het intranet meer gedragen vanuit de organisatie of gemeente en heeft dit een positieve uitwerking op de toegevoegde waarde.

     

    Ik vraag me af of er organisaties zijn die dit, zoals ik hierboven beschrijf, ook daadwerkelijk toepassen en indien ja, in welke mate. Wie is in uw organisatie of gemeente de eigenaar van het intranet?

     

  • De case: Zorgen dat een intranet goed wordt gebruikt

     

    Een intranet wordt succesvol gelanceerd, de klant is blij. Wij gaan tevreden terug naar Schiphol-Rijk. Drie maanden later neemt de klant contact op. Het intranet wordt niet opgepakt, het gebruik blijft achter. De vraag aan ons is: waarom heeft Macaw dat niet voorzien en wat gaan wij er aan doen?

     

    Het succes van een intranet begint pas nadat de installatie is afgerond en de eerste publicaties online zijn gegaan. Dat is ook wanneer het echte werk begint. In de fase na introductie spelen namelijk het up-to-date houden van informatie, de borging binnen de organisatie en de aansluiting bij de werkprocessen van de klant een belangrijke rol. Om dit te realiseren moet je kunnen denken in processen.

    Wat is procesdenken?

    Procesdenken is gebaseerd op het duiden van toegevoegde waarde van een intranet voor de business. Bijvoorbeeld het inzichtelijk maken voor de verkoopafdeling van de status van het verkoopproces; variërend van het aantal leads dat beschikbaar is tot aan het aantal gescoorde orders verwerkt in het relevant bonusmodel. De verkoopafdeling wordt immers afgerekend op het halen van zijn targets. Het voor accountmanagers herkenbare ‘pimp my bonus’.

     

    Door de uitdaging(en) van een organisatieonderdeel van de klant te duiden en dit te vertalen naar functionele requirements voor een oplossing leveren wij toegevoegde waarde aan de keten. Het is belangrijk om in deze vertaling het huidige proces te inventariseren en voorstellen te doen voor verbetering. De aangereikte correcties worden vervolgens samengevat in een hergedefinieerd proces. Daarbij kan het maken van business cases een effectief hulpmiddel zijn. Door een kosten/baten analyse centraal te stellen wordt de toegevoegde waarde inzichtelijk gemaakt. Tevens biedt dit houvast en structuur naar de toekomst; dit voor het initiëren en beoordelen van nieuwe processtappen in relatie tot de intranetomgeving.

    Klant is eigenaar

    Een van de succesfactoren van een corporate intranet is de betrokkenheid van de klant. Macaw erkent natuurlijk het belang hiervan. De klant moet de daad bij het woord voegen door bijvoorbeeld medewerkers vrij te maken, binnen zijn/haar eigen functie,om het intranet te promoten als het implementatietraject is afgelopen. Het intranet maakt immers onderdeel uit van de dagelijkse werkprocessen. Het mes snijdt aan twee kanten: het geeft de klant sturing in de verdere uitbouw en zorgt voor continue aandacht voor de mogelijkheden van de intranetomgeving.

     

    De klant moet een persoon als eigenaar aanstellen. Hier zijn verschillende scenario’s voor. In relatie tot het procesdenken is het echter van essentieel belang dat er vanuit de intranet organisatie interne consultants beschikbaar zijn om de business te helpen om met de uitdaging(en) juist om te gaan. De uitdagingen worden bijvoorbeeld genoemd in een jaarplan, beleidsplan of operating plan. Door deze plannen als uitgangspunt te nemen heeft de interne consultant de ruimte om een richting te definiëren gebaseerd op proces. 

    Support

    Naast de technische ondersteuning is ook support voor het dagelijks gebruik gewenst. Tijdens gebruik ontstaan vaak vragen die direct moeten worden opgelost. Door ondersteuning onder te verdelen in een ‘gebruikersorganisatie’ en ‘IT-organisatie’ wordt een duidelijke scheiding in verantwoordelijkheden aangebracht. Dit heeft als voordeel dat twee kanalen zijn om de vragen te beantwoorden.

     

    De ‘gebruikersorganisatie’ staat in nauw contact met de business. Het vertalen van business doelstellingen naar concrete functionaliteit heeft vaak organisatorische consequenties. Daarin heeft de ‘gebruikersorganisatie’ een sturende rol. In de operatie blijkt bijvoorbeeld dat het hebben van champions binnen de betreffende organisatieonderdelen als katalysator werkt.

     

    De IT-organisatie heeft als taak zorg te dragen voor een robuust platform dat door applicatiebeheer en technisch beheer wordt ondersteund. Applicatiebeheer staat voor het technisch doorontwikkelen van het platform en het waarborgen van de continuïteit van het technisch beheer. Om naar de toekomst toe initiatieven te coördineren en te accorderen is een Change Advisory Board (CAB) een nuttig instrument. In de CAB hebben zowel de gebruikers- alsmede de IT-organisatie plaats. De aangewezen intraneteigenaar is eigenaar van het CAB.

    Conclusie

    Het uitbouwen van een corporate intranet is niet alleen een technisch domei n. Het is juist een mix van organisatorische en technische elementen die samen belangrijk zijn in de verdere acceptatie en ontwikkeling van een intranet. Daarbij geldt wel dat de klant zich als eigenaar opstelt en de organisatie in staat stelt het gebruik van intranet te omarmen.

     

    De borging van zowel het functionele als applicatieve beheer zijn hierbij essentieel. Het functionele beheer onderscheidt zich door te richten op de uitdagingen aan de business kant. Door actief aan te haken bij de primaire bedrijfsprocessen wordt de investering naar de toekomst geborgd. Tevens wordt de acceptatie op deze manier positief beïnvloed.

This Blog

Post Calendar

<February 2012>
SuMoTuWeThFrSa
2930311234
567891011
12131415161718
19202122232425
26272829123
45678910

Syndication

Powered by Community Server, by Telligent Systems